Terug naar school na thuiszitten door sociale angst

Je kind zit thuis omdat school te spannend voelt.

Niet per se door de lessen zelf, maar door alles eromheen. Binnenkomen. Klasgenoten zien. Iets moeten zeggen. In een groep zitten. Bang zijn om op te vallen.

Dan is “gewoon weer beginnen” meestal te groot.

Terugkeer werkt beter wanneer je school en sociale situaties stap voor stap opnieuw opbouwt.

Begin met de minst spannende stap

Een eerste stap hoeft nog geen volledige lesdag te zijn.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • buiten lestijd kort naar school gaan;

  • alleen met de mentor praten;

  • één vertrouwde les volgen;

  • starten op een rustig tijdstip;

  • eerst een kort dagdeel aanwezig zijn.

Het doel is niet dat de angst volledig weg is.

Het doel is dat de stap spannend, maar nog wel haalbaar is.

Kijk waar de angst precies zit

“School is eng” is vaak te groot om mee te werken.

Probeer samen specifieker te worden.

Is je kind vooral bang voor:

  • door de gang lopen;

  • de kantine;

  • antwoorden geven in de klas;

  • presentaties;

  • groepswerk;

  • pauzes;

  • te laat binnenkomen;

  • rood worden of trillen;

  • reacties van bepaalde leerlingen;

  • aangesproken worden door docenten?

Als je weet welke situaties het moeilijkst zijn, kun je de opbouw veel gerichter maken.

Spreek één vast aanspreekpunt af

Het helpt als je kind weet bij wie het terechtkan.

Dat kan bijvoorbeeld de mentor, leerlingbegeleider of zorgcoördinator zijn.

Leg vast:

  • wanneer je kind zich kan melden;

  • waar die persoon te vinden is;

  • wat je kind kan doen als de spanning oploopt;

  • wie het overneemt als deze medewerker afwezig is.

Zo hoeft je kind niet midden in een spannend moment zelf hulp te zoeken bij iemand onbekends.

Maak de eerste schoolmomenten voorspelbaar

Onzekerheid kan sociale angst groter maken.

Vertel daarom vooraf zo concreet mogelijk:

  • hoe laat je kind komt;

  • via welke ingang;

  • naar welk lokaal;

  • wie er aanwezig is;

  • welke les wordt gevolgd;

  • hoe lang het duurt;

  • wat er daarna gebeurt.

Hoe minder onbekende factoren, hoe makkelijker het is om de aandacht bij één stap tegelijk te houden.

Verwijder niet alle spannende situaties

Tijdelijke aanpassingen kunnen nodig zijn.

Maar wanneer iedere situatie die angst oproept volledig wordt vermeden, kan terugkeer juist moeilijker worden.

Daarom kan het bijvoorbeeld passend zijn om een presentatie eerst:

  • alleen voor de docent te doen;

  • daarna voor twee leerlingen;

  • daarna voor een klein groepje;

  • uiteindelijk weer voor de klas.

Welke opbouw passend is, bespreek je bij ernstige angst bij voorkeur met de behandelaar.

Geef ruimte tijdens pauzes

Voor veel jongeren met sociale angst zijn pauzes moeilijker dan lessen.

Tijdens een les is duidelijk wat je moet doen. In de pauze moet je zelf ergens gaan staan, iemand aanspreken of aansluiting zoeken.

Een tijdelijke rustige pauzeplek kan daarom helpen.

Het doel hoeft niet te zijn dat je kind daar altijd blijft.

Je kunt sociale momenten later weer stap voor stap uitbreiden.

Let op geruststelling en vermijding

Als ouder wil je je kind beschermen.

Dat is logisch.

Maar probeer niet steeds te bevestigen dat een situatie alleen veilig is als jij meegaat of wanneer alles wordt aangepast.

Help je kind liever met gedachten als:

“Je bent bang, maar we hebben een plan.”

“Je hoeft dit niet perfect te doen.”

“Je hoeft alleen deze ene stap te proberen.”

Zo erken je de angst zonder hem groter te maken.

Kijk ook naar social media

Wanneer online contact meespeelt in de angst, neem dat mee.

Misschien is je kind bang voor groepsapps, foto's of reacties van klasgenoten.

Bespreek dan:

  • wat precies spanning geeft;

  • of bepaalde meldingen tijdelijk uit kunnen;

  • welke accounts of groepen onveilig voelen;

  • of school op de hoogte moet zijn van online problemen.

Social media helemaal verwijderen is niet automatisch de oplossing. Voor sommige jongeren is online contact juist één van de weinige vormen van sociaal contact die nog lukt.

Bouw langzaam verder

Gaat één les redelijk?

Dan kan later bijvoorbeeld een tweede les worden toegevoegd.

Kijk daarbij niet alleen naar of je kind het heeft volgehouden.

Let ook op:

  • hoeveel angst er vooraf was;

  • hoe lang herstel daarna duurde;

  • of je kind de volgende stap opnieuw durft;

  • of de angst langzaam minder wordt;

  • of steeds meer situaties worden vermeden.

Een opbouw mag spanning geven.

Maar hij moet niet zo groot zijn dat je kind iedere keer volledig vastloopt.

Wat als het niet lukt?

Een moeilijke dag betekent niet dat alles mislukt is.

Vraag achteraf rustig:

  • Wat was het moeilijkste moment?

  • Wat hielp een beetje?

  • Was de stap te groot?

  • Was er iets onverwachts?

  • Wat kunnen we de volgende keer anders doen?

Pas daarna het plan aan.

Soms betekent vooruitgaan dat je tijdelijk weer een kleinere stap kiest.

Leg de afspraken vast

Zet met school op papier:

  • waarmee je kind begint;

  • het tijdelijke rooster;

  • het vaste aanspreekpunt;

  • welke sociale situaties tijdelijk aangepast zijn;

  • waar je kind pauze kan houden;

  • wat er gebeurt bij oplopende angst;

  • wanneer jullie evalueren;

  • hoe de volgende stap wordt bepaald.

Dat geeft duidelijkheid voor je kind én voor school.

Het doel is niet wachten tot de angst weg is

Bij sociale angst kan wachten tot school helemaal niet meer spannend voelt betekenen dat de terugkeer steeds verder wordt uitgesteld.

Het doel is daarom anders:

leren dat spanning er mag zijn en toch stap voor stap weer deelnemen.

Met voldoende ondersteuning kan de wereld die steeds kleiner is geworden langzaam weer groter worden.

Wil je eerst meer lezen over sociale angst en thuiszitten?

Sociale angst en thuiszitten