Hoogbegaafdheid en thuiszitten
Je kind is slim. Misschien zelfs uitzonderlijk slim.
En toch loopt school vast.
Dat voelt tegenstrijdig. Want een kind dat snel leert, zou het op school toch juist makkelijk moeten hebben?
Niet altijd.
Hoogbegaafde jongeren kunnen vastlopen door verveling, gebrek aan uitdaging, perfectionisme, sociale aansluiting, hoge verwachtingen of het gevoel dat onderwijs niet bij hen past.
Soms zie je goede cijfers terwijl je kind iedere dag uitgeput thuiskomt. Soms zakken de cijfers juist weg. En soms komt het punt waarop school helemaal niet meer lukt.
Op deze pagina lees je waarom hoogbegaafdheid kan bijdragen aan thuiszitten, welke signalen je kunt herkennen en wat je kunt doen.
Inhoud
Waarom hoogbegaafdheid kan leiden tot thuiszitten
Signalen die je kunt herkennen
Onderpresteren en perfectionisme
Sociale aansluiting
Wat je thuis kunt doen
Wat je van school kunt vragen
Werken aan terugkeer
Waarom hoogbegaafdheid kan leiden tot thuiszitten
Hoogbegaafdheid betekent niet alleen dat een kind snel leert.
Het kan ook betekenen dat een jongere veel behoefte heeft aan verdieping, autonomie, uitdaging en begrijpen waarom iets nodig is.
Wanneer school daar onvoldoende bij aansluit, kan frustratie ontstaan.
Je kind begrijpt de stof misschien snel, maar moet daarna nog veel herhalen. Of het niveau lijkt passend, maar de manier waarop gewerkt wordt niet.
Aan de buitenkant kan dat eruitzien als:
wegdromen tijdens uitleg;
opdrachten niet maken;
discussiëren over het nut van schoolwerk;
slechte cijfers ondanks duidelijke capaciteiten;
lessen vermijden;
veel weerstand tegen school;
volledig afhaken.
Dat wordt soms uitgelegd als luiheid of gebrek aan motivatie.
Maar achter dat gedrag kan een jongere zitten die al langere tijd geen aansluiting meer ervaart.
School kan zowel te makkelijk als te zwaar voelen
Dat klinkt tegenstrijdig, maar het kan tegelijk waar zijn.
De leerstof kan onvoldoende uitdaging bieden, terwijl de schoolomgeving zelf veel vraagt.
Denk aan:
lange dagen;
drukke gangen;
veel sociale contacten;
voortdurend wisselen tussen vakken;
plannen en huiswerk bijhouden;
samenwerken;
aanpassen aan verschillende docenten;
opdrachten maken waarvan je kind het nut niet ziet.
Een hoog intelligentieniveau betekent niet automatisch dat al deze vaardigheden vanzelf gaan.
Ook hoogbegaafde jongeren kunnen moeite hebben met plannen, concentratie, prikkelverwerking, angst of sociale situaties.
Raakt je kind vooral uitgeput door geluid, drukte, sociale spanning of andere prikkels op school? Lees dan ook de pagina over HSP en thuiszitten.
Signalen die je kunt herkennen
Hoogbegaafdheid en schooluitval zien er niet bij iedere jongere hetzelfde uit.
Je kunt bijvoorbeeld merken dat je kind:
Zich sterk verveelt
Je kind klaagt voortdurend dat lessen langzaam gaan of dat opdrachten steeds hetzelfde zijn.
Het kan daardoor gaan dagdromen, andere dingen doen of helemaal stoppen met meedoen.
Slechter presteert dan je verwacht
Een hoogbegaafde jongere hoeft geen hoge cijfers te halen.
Sommige jongeren leren nooit echt hoe ze moeten leren omdat de eerste schooljaren weinig inspanning vroegen. Wanneer de stof later moeilijker wordt, kunnen ze ineens vastlopen.
Alleen iets wil doen als het perfect kan
Een opdracht niet inleveren kan veiliger voelen dan iets inleveren dat niet goed genoeg is.
Je ziet dan bijvoorbeeld:
extreem lang over opdrachten doen;
eindeloos verbeteren;
beginnen vermijden;
paniek rond toetsen;
boos worden wanneer iets niet direct lukt.
Het nut van school steeds meer betwijfelt
“Waarom moet ik dit doen?”
“Dit heb ik toch al begrepen?”
“Wat heb ik hier later aan?”
Dat kan irritant klinken, maar voor sommige jongeren is betekenis belangrijk om gemotiveerd te blijven.
Moeite heeft met aansluiting
Sommige hoogbegaafde jongeren voelen zich anders dan leeftijdsgenoten.
Niet per se omdat ze geen sociale vaardigheden hebben, maar omdat interesses, humor of onderwerpen sterk kunnen verschillen.
Je kind kan veel contacten hebben en zich toch niet echt verbonden voelen.
Na school volledig leeg is
Ook een jongere die op school goed functioneert, kan thuis instorten.
Je ziet dan bijvoorbeeld:
veel behoefte aan alleen zijn;
boosheid;
huilen;
extreme vermoeidheid;
nergens meer toe komen.
Dat kan een teken zijn dat school veel meer energie kost dan je van buitenaf ziet.
Negatief over zichzelf gaat denken
Wanneer intelligentie jarenlang als iets vanzelfsprekends wordt gezien, kan falen hard aankomen.
Je kind kan denken:
“Ik ben blijkbaar toch niet zo slim.”
“Ik kan dit niet.”
“Als ik moeite moet doen, ben ik niet goed genoeg.”
Onderpresteren betekent niet automatisch luiheid
Bij hoogbegaafdheid wordt vaak gezegd:
“Hij kan veel meer.”
“Ze laat haar talent liggen.”
“Als hij gewoon zijn best zou doen…”
Maar onderpresteren kan verschillende oorzaken hebben.
Denk aan:
onvoldoende uitdaging;
faalangst;
perfectionisme;
motivatieverlies;
moeite met plannen;
angst om op te vallen;
jarenlang niet geleerd hebben hoe je moet leren;
stress of andere problemen die tegelijk spelen.
Daarom helpt het weinig om alleen de druk te verhogen.
Eerst moet duidelijk worden waarom je kind niet laat zien wat het cognitief aankan.
Speelt angst om fouten te maken of niet goed genoeg te presteren een grote rol? Lees dan ook meer over faalangst bij kinderen en jongeren.
Wat kun je thuis doen?
Haal de druk tijdelijk van prestaties
Wanneer je kind al is vastgelopen, hoeft thuis niet voortdurend over cijfers, achterstanden en gemiste lessen te gaan.
Vraag eerst:
Wat maakt school op dit moment zo moeilijk?
Het antwoord kan anders zijn dan je verwacht.
Houd nieuwsgierigheid levend
Thuiszitten betekent niet dat je kind niets hoeft te leren.
Maar leren kan tijdelijk ook buiten gewone schoolopdrachten plaatsvinden.
Denk aan:
boeken;
documentaires;
programmeren;
talen;
muziek;
wetenschap;
creatieve projecten;
een onderwerp waar je kind volledig in wil duiken.
Dat vervangt onderwijs niet, maar kan wel voorkomen dat leren alleen nog wordt gekoppeld aan stress en falen.
Help bij leren leren
Juist jongeren die jarenlang weinig hoefden te doen, kunnen later moeite krijgen met studeren.
Help je kind bijvoorbeeld met:
een grote taak opdelen;
plannen;
samenvatten;
oefenen;
omgaan met fouten;
beginnen voordat iets perfect voelt.
Bescherm het zelfbeeld
Hoogbegaafdheid is geen garantie dat alles makkelijk gaat.
Benoem daarom niet alleen intelligentie.
Prijs ook inzet, doorzetten, hulp vragen, iets nieuws proberen en fouten durven maken.
Wat kun je van school vragen?
Vraag niet alleen om moeilijkere opdrachten.
Kijk breder naar wat je kind nodig heeft.
Mogelijke aanpassingen zijn bijvoorbeeld:
minder herhaling van stof die al beheerst wordt;
verdieping of verrijking;
werken aan eigen projecten;
compacten van lesstof;
hulp bij plannen en leren leren;
één vast aanspreekpunt;
een rustige werkplek;
tijdelijk minder vakken of uren;
regelmatig evalueren of de aanpak werkt.
Belangrijk is dat aanpassingen aansluiten bij jouw kind.
Hoogbegaafdheid alleen zegt nog niet welke ondersteuning nodig is.
Wanneer extra onderzoek zinvol kan zijn
Soms wordt alles toegeschreven aan hoogbegaafdheid terwijl er meer speelt.
Een jongere kan naast hoogbegaafdheid bijvoorbeeld ook ADHD, autisme, angstklachten, leerproblemen of andere ondersteuningsbehoeften hebben.
Als je kind langdurig vastloopt, kan verder onderzoek helpen om beter te begrijpen:
waar de sterke kanten liggen;
waar ontwikkeling achterblijft;
welke schoolomgeving past;
welke ondersteuning nodig is;
of er naast hoogbegaafdheid nog iets anders meespeelt.
Kijk dus niet alleen naar IQ, maar naar het totale functioneren van je kind.
Terug naar school na uitval
Terugkeer hoeft niet meteen te betekenen dat je kind weer een volledig rooster volgt.
Begin bij wat haalbaar is.
Dat kan bijvoorbeeld zijn:
één vertrouwd vak;
een verdiepend project op school;
starten met een kort dagdeel;
werken op een rustige plek;
contact met één vaste begeleider;
alleen lessen volgen die in eerste instantie het beste aansluiten.
Kijk daarna hoe je kind reageert.
Niet alleen tijdens school, maar ook thuis.
Is er nog energie over? Neemt de spanning af? Voelt school langzaam weer als een plek waar leren mogelijk is?
Terug naar school na thuiszitten bij hoogbegaafdheid
Tot slot
Hoogbegaafdheid maakt school niet automatisch makkelijk.
Een jongere kan veel begrijpen en toch vastlopen op motivatie, aansluiting, perfectionisme, leren leren of de manier waarop onderwijs georganiseerd is.
Daarom is de belangrijkste vraag niet:
“Hoe krijgen we dit slimme kind weer aan het werk?”
Maar:
“Wat heeft deze jongere nodig om weer te kunnen leren?”
Wanneer school, ouders en de jongere daar samen naar kijken, ontstaat er meer ruimte voor een aanpak die wél past.
