Terug naar school na thuiszitten met autisme

Je kind met autisme zit thuis en school voelt te groot.

Misschien waren de prikkels te veel. Misschien waren veranderingen moeilijk. Misschien liep je kind sociaal vast of kostte iedere schooldag zoveel energie dat er thuis niets meer overbleef.

Dan helpt het meestal niet om alleen een nieuw rooster te maken.

Een goede terugkeer begint met de vraag:

Wat moet er anders zodat school weer haalbaar wordt?

Begin met wat het meest belastend was

Kijk samen met je kind en school naar waar het vooral misging.

Denk aan:

  • drukke gangen;

  • leswisselingen;

  • onverwachte veranderingen;

  • onduidelijke instructies;

  • groepswerk;

  • pauzes;

  • de kantine;

  • gym;

  • sociale spanning;

  • lange schooldagen;

  • veel verschillende docenten.

Niet alles hoeft tegelijk opgelost te worden.

Begin met de situaties die de meeste spanning geven.

Start kleiner dan een volledig rooster

Na langere uitval is een volledige schoolweek vaak te groot als eerste stap.

Een begin kan bijvoorbeeld zijn:

  • één vertrouwde les;

  • een kort dagdeel;

  • starten op een rustig tijdstip;

  • eerst alleen contact met de mentor;

  • werken in een rustige ruimte;

  • tijdelijk minder leswisselingen.

Een kleine stap die lukt, is waardevoller dan een groot plan dat na een paar dagen weer vastloopt.

Zorg voor voorspelbaarheid

Veel jongeren met autisme hebben baat bij duidelijkheid.

Vraag school daarom om afspraken zo concreet mogelijk te maken.

Bijvoorbeeld:

  • welke lessen je kind volgt;

  • in welk lokaal;

  • bij welke docent;

  • hoe laat de dag begint en eindigt;

  • waar je kind pauze houdt;

  • wie het aanspreekpunt is;

  • wat er gebeurt als iets verandert.

Als er een roosterwijziging of andere verandering aankomt, helpt het vaak om die zo vroeg mogelijk door te geven.

Spreek één vast aanspreekpunt af

Je kind hoeft niet iedere docent opnieuw uit te leggen wat er speelt.

Spreek daarom één vaste medewerker af, bijvoorbeeld de mentor, zorgcoördinator of leerlingbegeleider.

Leg vast:

  • wanneer je kind daar terechtkan;

  • hoe je kind aangeeft dat het te veel wordt;

  • wie afspraken met andere docenten afstemt;

  • wie het overneemt als deze persoon afwezig is.

Dat geeft meer duidelijkheid en voorkomt onnodige stress.

Maak een plan voor overprikkeling

Wacht niet tot je kind volledig vastloopt.

Spreek vooraf af wat er gebeurt wanneer de spanning oploopt.

Dat kan bijvoorbeeld zijn:

  • tijdelijk naar een rustige ruimte;

  • een korte pauze nemen;

  • een koptelefoon gebruiken op afgesproken momenten;

  • eerder uit een drukke les vertrekken;

  • kort contact met het vaste aanspreekpunt.

Het doel is niet om school steeds te vermijden.

Het doel is voorkomen dat spanning zo hoog oploopt dat je kind helemaal uitvalt.

Kijk ook naar sociale belasting

School draait niet alleen om lessen.

Pauzes, samenwerken, wachten in gangen en contact met klasgenoten kunnen veel energie kosten.

Bespreek daarom ook:

  • waar je kind pauze kan houden;

  • of groepswerk tijdelijk anders kan;

  • hoe conflicten worden aangepakt;

  • welke klasgenoten prettig voelen;

  • of er momenten zijn waarop je kind beter apart kan werken.

Een jongere hoeft niet sociaal “meer zijn best te doen” om terugkeer te laten slagen.

De sociale belasting moet ook haalbaar zijn.

Bouw pas uit als herstel lukt

Kijk na een schoolmoment niet alleen of je kind aanwezig was.

Let ook op:

  • hoeveel spanning er vooraf is;

  • hoe je kind thuiskomt;

  • hoeveel rust daarna nodig is;

  • of slapen goed blijft gaan;

  • of je kind de volgende dag opnieuw kan gaan;

  • of meltdowns of terugtrekken toenemen.

Als een korte ochtend de hele rest van de dag herstel vraagt, is uitbreiding waarschijnlijk nog te vroeg.

Zorg dat docenten de afspraken kennen

Een plan werkt slecht als alleen de mentor weet wat er is afgesproken.

Vraag school hoe betrokken docenten geïnformeerd worden.

Je kind moet niet iedere les opnieuw hoeven uitleggen waarom het een rustige plek nodig heeft of waarom een bepaalde afspraak geldt.

Duidelijkheid voor volwassenen geeft ook meer duidelijkheid voor je kind.

Betrek je puber bij het plan

Vraag je kind zelf:

  • Welke les voelt het meest haalbaar?

  • Welke docent vertrouw je?

  • Welke plek is te druk?

  • Wat helpt als je merkt dat het te veel wordt?

  • Welke verandering zou school makkelijker maken?

  • Waaraan merk je dat je pauze nodig hebt?

Je kind hoeft niet zelf de hele oplossing te bedenken.

Maar een terugkeerplan werkt beter als het aansluit bij wat je kind werkelijk ervaart.

Als het opnieuw vastloopt

Een terugval betekent niet automatisch dat terugkeer mislukt is.

Kijk eerst naar wat er gebeurde.

Was er een onverwachte verandering?

Was de dag te lang?

Werd een afspraak niet nagekomen?

Was er te veel sociale druk?

Was je kind al vermoeid voordat school begon?

Pas daarna het plan aan.

Soms is tijdelijk een stap terug nodig voordat je weer verder kunt.

Leg afspraken schriftelijk vast

Zet minimaal op papier:

  • het tijdelijke rooster;

  • het vaste aanspreekpunt;

  • welke aanpassingen gelden;

  • welke rustige plek beschikbaar is;

  • wat er gebeurt bij overprikkeling;

  • welke docenten geïnformeerd zijn;

  • wanneer jullie evalueren;

  • wanneer uitbreiding wordt besproken.

Zo voorkom je dat afspraken onderweg vervagen.

Het doel is een schooldag die vol te houden is

Terugkeer is niet geslaagd omdat je kind weer in het gebouw zit.

Het gaat erom dat onderwijs weer haalbaar wordt zonder dat je kind iedere dag volledig overbelast raakt.

Dat vraagt soms aanpassing van je kind.

Maar ook van de omgeving.

Wil je eerst meer lezen over waarom jongeren met autisme kunnen vastlopen op school?

Autisme en thuiszitten